Inschrijven op onze nieuwsbrief Voor een beknopte en heldere toelichting bij de recentste ontwikkelingen in wetgeving en rechtspraak: vertrouw ons uw e-mailadres toe.

Is een nietig concurrentiebeding bij overdracht van onderneming voortaan vatbaar voor herleiding ?

Enige tijd geleden nam een producent van zonneweringssystemen een onderneming over die dergelijke systemen verdeelde. In de overeenkomst tot overname werd zoals gebruikelijk lastens de overlater een concurrentiebeding opgenomen met een toch wel opvallende duur van 17 jaar. Wellicht wegens miskenning van het concurrentiebeding door de overlater komt het tot een gerechtelijke procedure die uiteindelijk aan het Hof van Beroep te Gent ter beoordeling wordt voorgelegd.

 

In haar arrest van 17 december 2012 past het Hof van Beroep te Gent voor de rechtsgeldigheidstoets van het concurrentiebeding de zogenaamde klassieke leer toe. Volgens artikel 7 van het Decreet d'Allarde van 2-17 maart 1791 staat het eenieder vrij om naar goeddunken elke handel te drijven of elk beroep, bedrijf of ambacht uit te oefenen. Deze bepaling, die zich verzet tegen een ongeoorloofde beperking van de vrijheid van handel en nijverheid, is van openbare orde. Het beding dat een onredelijke beperking van de concurrentie naar voorwerp, territorium of duur oplegt, is bijgevolg nietig. Meer in het bijzonder oordeelt het Hof van Beroep te Gent dat een concurrentiebeding van 17 jaar bijzonder lang is, een dergelijk beding strijdig is met de vrijheid van handel en nijverheid, het beding nietig is en de nietigheid absoluut is en het beding niet kan gematigd worden.

 

De producent is het daar niet mee eens en tekent dan ook cassatieberoep aan tegen voormeld arrest. Met haar arrest van 23 januari 2015 laat het Hof van Casaatie een toch wel vernieuwend geluid horen. Het Hof van Cassatie vernietigt immers het arrest van het Hof van Beroep te Gent op basis van volgende overweging :" Indien een overeenkomst of een beding strijdig is met een bepaling van openbare orde en bijgevolg nietig is, kan de rechter indien een partiële nietigheid mogelijk is, de nietigheid, behoudens de wet zulks verbiedt, beperken tot het met deze bepaling strijdig gedeelte van de overeenkomst of beding op voorwaarde dat het voortbestaan van de gedeeltelijk vernietigde overeenkomst of beding beantwoordt aan de partijbedoeling."

 

In het licht van deze nieuwe rechtspraak van het Hof van Cassatie kan derhalve worden aangenomen dat een nietig concurrentiebeding dus kan herleid worden op voorwaarde dat dit beantwoordt aan de bedoeling van de partijen. Derhalve is het voortaan nog des te meer aangewezen om aan het concurrentiebeding of minstens in de overeenkomst tot overname een clausule toe te voegen in die zin dat het de bedoeling van de partijen is om indien het concurrentiebeding door nietigheid zou zijn aangetast of ongeldig zou zijn, dit beding toch te behouden tot wat wel wettelijk toegelaten is. Uiteraard zal het daarna nog steeds aan de rechter toekomen om uit te maken wat als geldig kan worden beschouwd met betrekking tot het door nietigheid aangetast of ongeldig onderdeel of luik van het concurrentiebeding.

 

Voormeld arrest van het Hof van Cassatie vormt  in ieder geval een belangrijke wending in de beoordeling van de rechtsgeldigheid van een concurrentiebeding. Waar vroeger een dergelijk beding sowieso als volledig nietig werd beschouwd indien het niet voldeed aan het criterium van een redelijke beperking van de concurrentie naar voorwerp, territorium of duur, staat voortaan toch minstens de deur op een kier voor een eventuele herleiding van het nietige concurrentiebeding tot wat dat wel wettelijk toegelaten is, als tenminste deze bedoeling van partijen tot herleiding op voldoende duidelijke wijze uit het beding of de overeenkomst blijkt. Derhalve wordt een correcte en precieze redactie van een concurrentiebeding nog belangrijker.

 

Nicolas Vanlerberghe

Nicolas.vanlerberghe@triusadvocaten.be

 

site by tales.be