Inschrijven op onze nieuwsbrief Voor een beknopte en heldere toelichting bij de recentste ontwikkelingen in wetgeving en rechtspraak: vertrouw ons uw e-mailadres toe.

Het eigendomsvoorbehoud : eindelijk een volwaardig en efficiƫnt wettelijk zekerheidsrecht

De Pandwet van 11 juli 2013 versterkt op ingrijpende wijze de positie van schuldeisers met een eigendomsvoorbehoud in alle gevallen van samenloop zoals faillissement.

Met de Pandwet van 11 juli 2013 heeft de Wetgever eindelijk gezorgd voor een algemene en verruimde wettelijke regeling van het eigendomsvoorbehoud. Een beding van eigendomsvoorbehoud is een contractueel beding bij een overdracht (koop, ruil, aanneming, schenking,...) waarbij de overdrager van roerende goederen zich het eigendomsrecht van die goederen voorbehoudt totdat de prijs voor deze goederen door de overnemer volledig is betaald. Een dergelijk beding maakt derhalve uitzondering op het beginsel dat in de overdracht-overeenkomsten het eigendomsrecht overgaat op de overnemer vanaf de wilsovereenstemming en dus ongeacht de betaling van de overeengekomen prijs.

Voor de Pandwet van 11 juli 2013 was het eigendomsvoorbehoud in het Belgisch recht slechts zeer fragmentair wettelijk geregeld, nl. enkel in het kader van de Faillissementswet. Inderdaad de Faillissementswet erkent de tegenstelbaarheid van het beding van eigendomsvoorbehoud bij faillissement van de schuldenaar onder bepaalde strikte voorwaarden.

De meerwaarde van de Pandwet van 11 juli 2013 is in ieder geval dat voortaan voorzien wordt in een algemene en ook verruimde wettelijke regeling van het eigendomsvoorbehoud.

De veralgemening van de nieuwe wettelijke regeling ligt vooral in het feit dat de regeling niet langer alleen maar van toepassing is op het eigendomsvoorbehoud in het kader van koop-verkoopovereenkomsten, maar ook op het eigendomsvoorbehoud binnen andere 'translatieve' overeenkomsten zoals ruil, aanneming, schenking,.. Ook het feit dat de nieuwe regeling toepassing vindt niet alleen bij faillissement maar ook in iedere situatie van samenloop en beslag bewijst haar meer algemene toepassing.

De verruiming van de nieuwe wettelijke regeling vertaalt zich in het feit dat het eigendomsvoorbehoud van toepassing en tegenstelbaar blijft in gevallen waarin voorheen de tegenstelbaarheid van het eigendomsvoorbehoud niet werd aanvaard, nl. in het geval de overdragen goederen niet langer in natura terug te vinden zijn bij de schuldenaar. Bij verwerking van de overgedragen goederen of bij vermenging van de overgedragen goederen met goederen van de overnemer of van een derde, blijft de tegenstelbaarheid van het eigendomsvoorbehoud bestaan.Zelfs indien de overgedragen roerende goederen onroerend zijn geworden door incorporatie (d.w.z. dat de roerende goederen de facto worden vastgemaakt aan een onroerend goed zoals bijv. machines die worden vastgehecht aan de vloer van een industrieel gebouw, of verwarmingstoestellen die worden vastgemaakt aan de wanden van een fabriekshal), dan nog blijft de tegenstelbaarheid van het eigendomsvoorbehoud behouden op voorwaarde evenwel dat de overdrager van de roerende goederen zijn eigendomsvoorbehoud heeft laten inschrijven in het Pandregister. Heeft de overdrager evenwel zijn eigendomsvoorbehoud geregistreerd in het Pandregister, dan zal hij bijv. in geval van faillissement van de overnemer zelfs voorrang hebben op de (meestal bank-) schuldeiser die een hypotheek bezit op het betrokken onroerend goed. Derhalve zal de overdrager ofwel zijn niet betaalde onroerende goederen kunnen terugnemen ofwel zal hij als eerste betaald worden voor zijn openstaande vordering uit de opbrengst van de verkoop van het onroerend goed in het kader van het faillissement. Dit is een zeer verregaande uitbreiding van de bescherming van de rechten van leveranciers van allerlei bedrijfsuitrustingsgoederen in geval van faillissement van hun klant.

Om van die sterk uitgebreide bescherming in geval van faillissement te kunnen genieten moeten leveranciers van bedrijfsuitrustingsgoederen maar ook van bouwstoffen dan wel bijzondere aandacht hebben voor twee zaken.

Vooreerst moeten zij in een schriftelijk handelsdocument dat wordt opgesteld en overgemaakt aan de klant uiterlijk op het ogenblik van de levering zoals bijv. een prijsofferte, een bestelbon, een orderbevestiging, een leveringsbon,.... een correct geformuleerd en rechtsgelding beding van eigendomsvoorbehoud opnemen. In ieder geval zal het onvoldoende zijn wanneer dat beding van eigendomsvoorbehoud pas voor het eerst opduikt in de factuur of in de algemene voorwaarden vermeld op de factuur, tenminste wanneer de factuur zoals gebruikelijk pas aan de klant wordt toegestuurd na de levering van de goederen.

Voorts moeten zij, als de overgedragen roerende goederen vatbaar zijn voor onroerendmaking door incorporatie, het handelsdocument dat het beding van eigendomsvoorbehoud bevat laten registreren in het Pandregister.

Voldoen de leveranciers aan de twee voormelde zaken, dan zullen zij bij faillissement van hun klant over een zeer sterke zekerheidspositie beschikken, die er veel meer dan vroeger zal toe leiden dat zij alsnog betaling van hun schuldvordering kunnen bekomen, zelfs voor de (meestal bank-) schuldeiser enige betaling bekomt.

Leveranciers van machines, bouwstoffen, elektrische toestellen en leidingen, sanitaire toestellen, verwarmingstoestellen, verlichtingsarmaturen, dakpannen, terrastegels,..... doen er dus zeer goed aan om hun handelsdocumenten in overeenstemming te brengen met voormelde nieuwe wettelijke regeling. Doen zij dat, dan zullen zij naderhand quasi zeker beloond worden met een sterk verhoogde kans op recuperatie van hun schuldvorderingen bij faillissement van hun klanten.

Nicolas Vanlerberghe
nicolas.vanlerberghe@triusadvocaten.be

site by tales.be