Inschrijven op onze nieuwsbrief Voor een beknopte en heldere toelichting bij de recentste ontwikkelingen in wetgeving en rechtspraak: vertrouw ons uw e-mailadres toe.

Staan de schuldeisers bij een gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord volledig buitenspel ?

Staan de schuldeisers bij een gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord volledig buiten spel?

 

Bij de invoering van de wet betreffende de continuïteit van ondernemingen vanaf 1 april 2009 heeft de wetgever er zeer duidelijk voor gekozen om bij een gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord, wat in bijna twee derden van de gerechtelijke reorganisaties de weg is die de schuldenaar kiest, het initiatief op alle vlakken bij de schuldenaar te leggen. Het is immers de schuldenaar die de schuldeisers in de opschorting moet op de hoogte brengen van de opening van de procedure, die de schuldeisers moet inlichten over het bedrag van de schuldvordering waarvoor die schuldeisers in de boeken zijn ingeschreven en hun eventuele zekerheidsrechten en die een reorganisatieplan moet opstellen en neerleggen op de griffie van de rechtbank van koophandel.

Vervolgens komt het aan de schuldeisers toe om dit reorganisatieplan te onderzoeken en op de dag bepaald voor de zitting hun stem uit te brengen over dit reorganisatieplan. Wanneer het reorganisatieplan wordt goedgekeurd door de voorgeschreven meerderheden van de schuld eisers - meerderheid in aantal en bedrag van de op de stemming aanwezige of vertegenwoordigde vertegenwoordigde schuldeisers -, wordt het voorgelegd aan de rechtbank ter homologatie. Homologatie maakt het reorganisatieplan bindend voor alle schuldeisers, ook voor deze die er niet mee hebben ingestemd.

De wetgever heeft evenwel ook de schuldeisers binnen de gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord niet vergeten. In de gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord beschikken de schuldeisers inderdaad over verschillende mogelijkheden om tussen te komen om hun belangen veilig te stellen.

Vooreerst beschikken de schuldeisers over de mogelijkheid om de schuldvordering in rechte te betwisten indien deze verkeerd is opgenomen op de lijst van de schuldeisers in de opschorting. Het belang van de lijst van de schuldeisers in de opschorting mag niet worden onderschat : deze lijst zal immers fungeren als vertrekpunt om het reorganisatieplan op te stellen en bepaalt tevens de omvang van het stemrecht van de schuldeisers over het reorganisatieplan. Wanneer de schuldvordering foutief wordt opgenomen in de lijst van de schuldeisers in de opschorting, komt het aan de schuldeiser toe om eerst minnelijk, maar indien nodig in rechte, de aanpassing van de schuldvordering te bevorderen.

Voorts hebben de schuldeisers het recht om over het door de schuldenaar neergelegde reorganisatieplan te stemmen.Schuldeisers die opgenomen zijn op de lijst van schuldeisers in de opschorting worden van de neerlegging van het reorganisatieplan ingelicht door de griffie en beschikken in de regel over een minimumtermijn van 14 dagen om het reorganisatieplan te onderzoeken. Waar de wet zeer duidelijk aan de schuldenaar de mogelijkheid biedt om in het reorganisatieplan een gedifferentieerde regeling te voorzien voor bepaalde categorieën van schuldvorderingen, wordt het herstelplan door de schuldenaar bijna steeds opgesteld in functie van een verhoopte goedkeuring door de door de wet voorziene dubbele meerderheid in aantal en bedrag van de aanwezige en vertegenwoordigde schuldeisers. Alhoewel schuldeisers zich dan ook weinig begoochelingen moeten maken om de stemming over een goed voorbereid en vooraf onderhandeld reorganisatieplan te beïnvloeden, kan het van belang zijn dat zij reeds in het stadium van de stemming via een officiële tussenkomst hun argumenten laten kennen aan de rechtbank. Bij de beoordeling van de homologatie van het door de schuldeisers goedgekeurd reorganisatieplan kan de rechtbank immers met deze opmerkingen rekening houden om eventueel de homologatie te weigeren. Bovendien heeft een officiële tussenkomst bij de stemming tot gevolg dat de betrokken schuldeiser als een partij in het geding wordt beschouwd, waardoorhbij eventueel hoger beroep kan instellen tegen een homologatie van het reorganisatieplan.

De rechtbank kan de homologatie van het reorganisatieplan enkel weigeren wegens niet-naleving van pleegvormen of schending van de openbare orde. Niet-naleving van pleegvormen van de wet moet ruim worden geïnterpreteerd als elke verplichting om de voorgeschreven procedure te volgen. Het gaat derhalve niet louter om vormvereisten, maar ook om inhoudelijke verplichtingen. Zo zou de rechtbank de homologatie kunnen weigeren indien de schuldenaar zijn informatieverplichtingen ten aanzien van de schuldeisers niet heeft vervuld, of wanneer de schuldenaar het reorganisatieplan niet tijdig heeft neergelegd. Met schending van de openbare orde wordt dan vooral de miskenning van de gelijke behandeling van schuldeisers bedoeld. Alhoewel een gedifferentieerde regeling van schuldeisers wettelijk is toegelaten, mag de indeling van de schuldeisers in verschillende klassen niet arbitrair zijn en moet dit redelijk te verantwoorden zijn.

Verder kunnen schuldeisers die naar aanleiding van de stemming over het reorganisatieplan via een officiële tussenkomst hun argumenten hebben ontwikkeld, hoger beroep aantekenen tegen de beslissing van de rechtbank om het reorganisatieplan te homologeren. Het belang van het hoger beroep mag echter niet worden overschat, aangezien het hof van beroep enkel kan nagaan of de rechter in eerste aanleg het reorganisatieplan ten onrechte wel of niet heeft gehomologeerd. In hoger beroep bestaat er inderdaad geen mogelijkheid om het reorganisatieplan aan te passen, laat staan een nieuwe stemming hierover te organiseren.

Tot slot hebben de schuldeisers ook de mogelijkheid om een gehomologeerd reorganisatieplan te laten intrekken omdat dit plan door de schuldenaar niet wordt nageleefd.

Al die mogelijkheden die de wetgever heeft voorzien voor schuldeisers om hun belangen veilig te stellen in het kader van een procedure van gerechtelijke reorganisatie met collectief akkoord, kunnen evenwel niet maskeren dat de wetgever bij het opstellen van de wet continuïteit ondernemingen vooral aandacht heeft gehad voor de schuldenaar en de continuïteit van diens onderneming, en de belangen van de schuldeisers van ondergeschikt belang heeft geacht.

Desalniettemin behouden schuldeisers zij het eerder beperkte mogelijkheden om een reorganisatieplan in hun voordeel te doen aanpassen. Aan de schuldeisers om die beperkte mogelijkheden ook effectief aan te wenden.

Nicolas Vanlerberghe

site by tales.be