Inschrijven op onze nieuwsbrief Voor een beknopte en heldere toelichting bij de recentste ontwikkelingen in wetgeving en rechtspraak: vertrouw ons uw e-mailadres toe.

Als we seminaries inrichten of andere initiatieven opzetten, informeren we u daarover graag in deze rubriek.

11-09-2015

Staat een eenzijdige vrijstelling van prestaties tijdens de opzeggingstermijn gelijk aan een ontslag ?

Met een vrij recent arrest van 19 januari 2015 heeft het Hof van Cassatie nogmaals zijn eerdere rechtspraak bevestigd dat de eenzijdig door de werkgever opgelegde vrijstelling van arbeidsprestaties tijdens de opzeggingstermijn na opzegging van een arbeidsovereenkomst, een belangrijke eenzijdige wijziging van een essentiële arbeidsvoorwaarde kan uitmaken, die kan worden beschouwd als een ontslag. Het Hof van Cassatie heeft het dus tot twee keer toe slechts over een mogelijkheid.

Interessant is wel de toevoeging van het Hof van Cassatie dat in dergelijk geval de beëindiging van de arbeidsovereenkomst zich niet noodzakelijk voordoet op het ogenblik van de wijziging en dus in casu van de eenzijdig opgelegde vrijstelling van prestaties, maar dat het tijdstip ook kan afhangen van de houding die na de éénzijdige vrijstelling wordt aangenomen door de werknemer. Daarmee refereert het Hof van Cassatie naar de grosso modo drie houdingen die een werknemer kan innemen na een dergelijke wijziging (onmiddellijk inroepen van ontslag, het stellen van een laatste correctietermijn met de toevoeging dat de arbeidsovereenkomst als beëindigd zal worden beschouwd bij gebrek aan correctie binnen de gestelde termijn en het afstand doen van het recht om het ontslag in te roepen) en die elk tot een verschillend tijdstip van beëindiging van de arbeidsovereenkomst aanleiding kunnen geven. 

 

Uiteraard is dit tijdstip van beëindiging van de arbeidsovereenkomst vooral relevant voor de aanvang van de arbeidsrechtelijke verjaringstermijn van een jaar.

31-05-2015

Architect kan zijn in solidum gehoudenheid niet uitsluiten bij tienjarige aansprakelijkheid

Volgens artikel 1792 Burgerlijk Wetboek zijn de aannemer en de architect ingeval van samenlopende fouten gedurende 10 jaar in solidum aansprakelijk voor ernstige gebreken die de stevigheid van het gebouw in het gedrang brengen. Deze in solidum gehoudenheid betekent dat de benadeelde bouwheer naar zijn keuze ofwel de aannemer ofwel de architect kan aanspreken in vergoeding van de totaliteit van de geleden schade, zonder dat de aannemer of de architect het recht hebben om deze aanspraak te beperken tot hun aandeel in de totstandkoming van de schade. Omdat architecten, in tegenstelling tot aannemers, bijna steeds goed verzekerd zijn, komt die volledige schadeëis dan ook meestal op het bord van de architect terecht. Daarom werd en wordt in architectenovereenkomst heel vaak een beding ingelast op grond waarvan de architect, in geval van een samenlopende fout met deze van een aannemer, ten aanzien van de bouwheer enkel vergoeding verschuldigd is voor zijn aandeel in de totstandkoming van de schade. Een dergelijk beding zet derhalve de in solidum-gehoudenheid buiten spel. Met een arrest van 5 september 2014 heeft het Hof van Cassatie thans heel duidelijk gesteld dat dit niet kan voor zover het beding betrekking heeft op de tienjarige aansprakelijkheid van artikel 1792 Burgerlijk Wetboek. Artikel 1792 Burgerlijk Wetboek is volgens het Hof van Cassatie immers van openbare orde en voormeld beding komt dan ook neer op een aansprakelijkheidsbeperking die strijdig is met de openbare orde en derhalve ongeoorloofd is.

24-05-2015

Vestigingswetgeving vastgoedmakelaars ook dwingend voor buitenlandse vastgoedmakelaars

 In een arrest van 18 november 2013 wijst het Hof van Beroep te Antwerpen er op dat de vestigingswetgeving voor vastgoedmakelaars van openbare orde is en zich derhalve ook opdringt aan buitenlandse vastgoedmakelaars die op Belgisch grondgebied actief zijn. Een vastgoedmakelaar die bijv. in Nederland of in Frankrijk is gevestigd en die dit beroep occasioneel in België wenst uit te oefenen, moet derhalve, vooraleer deze beroepsactiviteit in België aan te vatten, een inschrijving nemen bij het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars. Doet hij dit niet dan schendt hij voormelde vestigingswetgeving, zodat alle overeenkomsten die hij met betrekking tot activiteiten in België zou afsluiten, dan ook nietig zullen zijn wegens strijdigheid met de openbare orde. Wie dus met betrekking tot een onroerend goed gelegen in België een bemiddelingsovereenkomst afsluit met een Franse vastgoedmakelaar die niet is ingeschreven bij het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars, bekomt dus een bijkomende en zeer efficiënte route om te ontsnappen aan de betaling van de commissie van de betrokken Franse vastgoedmakelaar.

24-05-2015

Cassatie zet puntjes op de i inzake het wettelijk vermoeden voor handelsvertegenwoordigers

Met een arrest van 5 mei 2014 heeft het Hof van Cassatie eindelijk de reeds jarenlang bestaande controverse beslecht die bestond over de juiste draagwijdte van het wettelijk vermoeden van artikel 4, tweede lid Arbeidsovereenkomstenwet. Voormeld artikel stelt een vermoeden in dat de tussenpersoon die voor een opdrachtgever een activiteit van handelsvertegenwoordiging uitoefent, niet als zelfstandige maar als werknemer is tewerkgesteld.  Met voormeld arrest stelt het Hof van Cassatie nu zeer duidelijk dat dit (weerlegbaar) vermoeden enkel slaat op het bestaan van het voor een arbeidsovereenkomst kenmerkende gezag en niet de activiteit van handelsvertegenwoordiging zelf.  Derhalve zal een tussenpersoon die zich op het vermoeden van artikel 4, tweede lid Arbeidsovereenkomstenwet wenst te beroepen, voorafgaand moeten bewijzen dat zijn overeenkomst de handelsvertegenwoordiging als voornaamste voorwerp heeft en kan voor dit bewijs geen beroep doen op voormeld vermoeden. De tussenpersoon moet dus eerst bewijzen dat het voornaamste voorwerp van zijn overeenkomst het (bestendig) opsporen en bezoeken van clienteel is met het oog op het onderhandelen over het sluiten van zaken, verzekeringen uitgezonderd. Het cassatiearrest van 5 mei 2014 houdt derhalve een substantiële vermindering in van de bewijslast van de opdrachtgever van de tussenpersoon. 

06-12-2014

Het is niet al handelshuur wat de klok slaat

Het is niet al handelshuur wat de klok slaat.

Heel vaak worden kleinere ruimtes of lokalen in grotere panden of gebouwen afzonderlijk verhuurd. Denk bijvoorbeeld aan een cafetaria in een zwembad, een restaurant in een ziekenhuis of een slagerij in een supermarkt. 

Bijna altijd stelt zich bij dergelijke verhuringen de juridisch moeilijke vraag of deze afzonderlijke verhuringen al dan niet onder de bescherming van de Handelshuurwet vallen. Uiteraard voor zowel de verhuurder als de huurder een niet onbelangrijke vraag.

Met haar arrest van 20 maart 2014 heeft het Hof van Cassatie het criterium om voormelde vraag te beantwoorden verder verfijnd.  Volgens het Hof van Cassatie moet in dergelijke gevallen worden nagegaan of de huurder, rekening houdende met de bijzondere omstandigheden en modaliteiten van de uitbating, waaronder de ligging, het permanent en vast karakter van de verhuurde ruimte, de toegang tot die ruimte, het autonoom karakter van de uitbating, in de mogelijkheid is een eigen cliënteel op te bouwen dat op beduidende wijze onderscheiden is van dat van het groter pand of gebouw. In het concreet voorliggend geval van een slagerij gevestigd in een Lidl-supermarkt was dit niet het geval omdat de slagerij in haar commerciële contacten geen algemeen publiek bereikt maar alleen de beperkte groep van bezoekers van het grootwarenhuis.

Derhalve zolang er tussen de afzonderlijk verhuurde beperkte ruimte en het groter pand een substantieel verschil bestaat in naam- of merkbekendheid zal het voor de huurder van de beperkte ruimte absoluut geen sinecure zijn aan te tonen dat ook op zijn huurcontract de Handelshuurwet van toepassing is, tenzij dat natuurlijk expliciet in die zin contractueel bedongen is.

 

19-11-2014

Wachtdiensten zonder fysieke aanwezigheid op de arbeidsplaats maken geen arbeidstijd uit

Artikel 19 van de Arbeidswet definieert arbeidsduur als “de tijd gedurende welke het personeel ter beschikking is van de werkgever”.

Er bestond voor het arrest van het Hof van Cassatie van 10 maart 2014 reeds geruime tijd discussie over het feit of ook de wachtdiensten waarbij de werknemer niet aanwezig moet zijn op de arbeidsplaats, arbeidstijd uitmaken en dus moeten worden vergoed door de werkgever. De rechtspraak en rechtsleer liep hierover heel erg uiteen.

 

Het Hof van Cassatie heeft in voormeld arrest de discussie beslecht.

 

Periodes van wachtdienst waarbij de werknemer permanent bereikbaar moet zijn om een gebeurlijke oproep van de werkgever te kunnen beantwoorden, maar waarbij de fysieke aanwezigheid op de arbeidsplaats niet vereist is, zijn geen arbeidstijd in de zin van artikel 19 Arbeidswet.

 

Het Hof voegde hier aan toe dat de omstandigheid dat de bewegingsvrijheid van de werknemer tijdens de wachtdienst beperkt is omdat hij binnen een bepaalde straal van de arbeidsplaats moet verblijven om die binnen een bepaalde tijd te kunnen bereiken, hieraan niet af doet.

 

(Cass. 10 maart 2014, NjW 2014, pg. 546)

01-08-2014

Wet Betalingsachterstand bij Handelstransacties verder verfijnd

Reeds sedert augustus 2002 biedt de Wet Betalingsachterstand bij Handelstransacties aan bedrijven een bijkomende bescherming in geval van niet tijdige betaling van hun facturen. Zelfs al hebben bedrijven via hun algemene verkoopsvoorwaarden geen sancties voorzien wegens niet tijdige betaling van hun facturen, dan nog kunnen zij op voormelde wet terugvallen om toch bepaalde wettelijke sancties te kunnen toepassen.

 

Zo is er in voormelde wet een wettelijke betalingstermijn voorzien van in beginsel dertig kalenderdagen voor overeenkomsten tussen bedrijven onderling alsook tussen bedrijven en de overheid. Wordt die wettelijke betalingstermijn niet nageleefd dan heeft het bedrijf van rechtswege (automatisch) en zonder voorafgaande ingebrekestelling recht op verwijlinteresten van momenteel 8,50 % per jaar vanaf het verstrijken van voormelde wettelijke betalingstermijn tot de dag van de volledige betaling van de openstaande factuur.

 

Met een wijzigende wet van 22 november 2013 (inwerkingtreding vanaf 16 maart 2013) heeft de Wetgever deze wettelijke bescherming nog wat verder uitgebreid. Van zodra er onder voormelde voorwaarden wettelijke verwijlinteresten verschuldigd zijn (derhalve van zodra voormelde wettelijke betalingstermijn van dertig kalenderdagen is verstreken), heeft het bedrijf meteen ook recht op de betaling van een forfaitaire vergoeding van 40 EUR voor de eigen invorderingskosten.

 

Als een bedrijf derhalve na het verstrijken van voormelde wettelijke betalingstermijn een ingebrekestelling of een betalingsaanmaning uitstuurt, dan mag zij daarin niet alleen verwijlinteresten aan 8,50 % per jaar aanrekenen maar ook deze forfaitaire vergoeding van 40 EUR.

Wordt de openstaande factuur na deze ingebrekestelling of betalingsaanmaning nog niet betaalt, en moet het dossier voor incasso worden overgedragen aan een advocatenkantoor, dan nog heeft het bedrijf recht op een redelijke schadeloosstelling van alle andere invorderingskosten welke dat vast bedrag te boven gaan en die ontstaan zijn door de laattijdige betaling.

 

Waar vroeger expliciet in de wet was voorzien dat deze redelijke schadeloosstelling niet kon worden gecumuleerd met de rechtsplegingsvergoeding, is dit cumulverbod thans ook verdwenen en is daarentegen expliciet voorzien dat in die redelijke schadeloosstelling de rechtsplegingsvergoeding is inbegrepen.

  

Wellicht zal de praktijk in die zin wijzigen dat voortaan bij wijze van redelijke schadeloosstelling de rechtsplegingsvergoeding zal worden toegekend veeleer dan een vergoeding van ongeveer 10 % van de hoofdsom zoals nu vaak gebeurt. Voor belangrijke openstaande vordering zal dit wellicht een goede zaak zijn voor de bedrijven. Zelfs als bedrijven zelf geen garanties inbouwen tegen betalingsachterstand, biedt de wet dan voldoende bescherming, tenminste aan die bedrijven die deze wettelijke bescherming weten te vinden.

07-07-2014

Spelregels incassodossiers grondig gewijzigd vanaf 1 juli 2014

Vanaf 1 juli 2014 is de Rechtbank van Koophandel exclusief bevoegd om kennis te nemen van alle betwistingen tussen "ondernemingen" en dit ongeacht het bedrag van de vordering.

 

Met "ondernemingen" worden bedoeld alle personen die op een duurzame wijze een economisch doel nastreven met uitzondering van o.a. notarissen, gerechtsdeurwaarder en advocaten.

 

Voortaan zullen de Rechtbanken van Koophandel, en niet langer de Vredegerechten, derhalve bevoegd zijn voor betwistingen tussen ondernemingen met een waarde van niet meer dan 1.860,00 EUR.

 

Op voormelde regel zijn nog enkel uitzonderingen mogelijk indien ofwel de eisende partij ofwel de verwerende partij geen onderneming is. In dergelijk geval geldt dan de al dan niet facultatieve bevoegdheid van de Vredegerechten of de Rechtbank van Eerste Aanleg.

 

De bedoeling van deze wetswijziging is het realiseren van een verdergaande specialisatie in het ondernemingsrecht binnen de Rechtbanken van Koophandel.

 

Vanaf 1 september 2014 worden bovendien de mogelijkheden om hoger beroep aan te tekenen verder beperkt. Zo zal vanaf voormelde datum nog enkel hoger beroep kunnen worden aangetekend tegen vonnissen van de Vredegerechten indien daarin uitspraak wordt gedaan over een vordering van meer dan 1.860,00 EUR (voorheen 1.240,00 EUR), en tegen vonnissen van de Rechtbanken van Koophandel indien daarin uitspraak wordt gedaan over een vordering meer dan 2.500,00 EUR (voorheen 1.860,00 EUR).

 

Tegelijk wordt de bevoegdheid van de Vredegerechten uitgebreid tot alle zaken met een waarde van niet meer dan 2.500,00 EUR, met dien verstande dat voor betwistingen tussen ondernemingen steeds naar de Rechtbank van Koophandel kan worden gestapt.

 

Het opzet van deze wetswijziging is duidelijk: het aantal beroepsprocedures verder beperken.

04-02-2014

Verhuis kantoren Trius Advocaten

Sedert 27 januari 2014 zijn de kantoren van Trius Advocaten overgeplaatst naar de Pastoriestraat 2 te 8501 Kortrijk (Heule). Het nieuwe telefoonnummer is 056 / 98 00 78. Het nieuwe faxnummer is 056 / 98 00 79. De mailadressen en de website zijn ongewijzigd. Uiteraard steeds welkom in onze nieuwe kantoren.
19-01-2012

Diensten gerechtsdeurwaarder vanaf 1 januari 2012 ook BTW-plichtig

Vanaf 1 januari 2012 zijn ook de diensten van gerechtsdeurwaarders in het kader van gerechtelijke procedures zoals het betekenen van een dagvaarding, het leggen van beslag,... onderworpen aan een BTW-heffing van 21 %. Uiteraard zal dit aanleiding geven tot een significante stijging van de kosten van gerechtelijke procedures. Wellicht zullen de gerechtsdeurwaarders voor de door hen verleende diensten niet langer een kosten- en ereloonstaat afleveren op naam van de tussenkomende advocaat maar een daadwerkelijke factuur op naam van de klant, zodat deze de betaalde BTW alsnog kan recupereren. De regering heeft voormelde maatregelen evenwel in zeven haasten ingevoerd waardoor noch de BTW-administratie noch de gerechtsdeurwaarderskantoren actueel gereed zijn om de maatregel in de praktijk uit te voeren. Wordt dus ongetwijfeld vervolgd.

10-01-2012

Hogere drempels voor Europese overheidsopdrachten

 

Hogere drempels voor Europese overheidsopdrachten
 
Vanaf 1 januari 2012 gelden nieuwe drempelbedragen voor overheidsopdrachten. Opdrachten die deze drempelbedragen (excl. btw) overschrijden, moeten Europees aanbesteed worden. Voor steden en gemeenten gelden vanaf 1 januari 2012 volgende bedragen:
-         voor werken:         5.000.000 EUR
-         voor leveringen:      200.000 EUR
-         voor diensten         200.000 EUR
 
Vanaf 1 januari 2012 zullen (lokale) overheden dus minder opdrachten moeten bekendmaken via het Europees Publicatieblad.
23-12-2011

Studentenarbeid uitgebreid vanaf 2012

Vanaf 2012 kunnen studenten gedurende maximum 50 dagen studentenarbeid per kalenderjaar verrichten onder het gunstige regime van de RSZ-solidariteitsbijdrage van 8,13 %. Uiteraard kunnen studenten ook gedurende meer dan 50 dagen per kalenderjaar studentenarbeid verrichten maar dan wel op basis van de gebruikelijke RSZ-bijdragen. Ook de maximumduur van de studentenovereenkomst is verlengd van 6 naar 12 maanden.

25-11-2011

Trius Advocaten breidt uit.

Trius Advocaten wenst haar team uit te breiden met een voltijdse advocaat-medewerker (v/m) met minstens vijf jaar ervaring en bijzondere interesse in het ondernemingsrecht (handels- en vennootschappenrecht, arbeidsrecht, publiek recht, bouwrecht, insolventierecht) en met perfecte kennis van Nederlands en een zeer goede kennis van het Frans.

Kandidaten kunnen een motivatiebrief met uitgebreid cv toesturen aan Mr. Nicolas Vanlerberghe (nicolas.vanlerberghe@triusadvocaten.be). Uiteraard worden alle kandidaturen met de nodige discretie behandeld.

16-08-2011

Minnelijke schikking in strafzaken wordt fors uitgebreid.

 

Door recente wetgeving (Wet van 14 april en 11 juli 2011) is nu voor bijna elk misdrijf een minnelijke schikking mogelijk met verval van de strafvordering tot gevolg. Dit betekent dat verdere vervolging en/of veroordeling onmogelijk wordt mits betaling van een bepaalde geldsom. De uitbreiding van de minnelijke schikking is vooral gericht op economische, sociale en fiscale misdrijven (valsheid in geschrifte, gebruik van valse stukken, witwassen, fiscale fraude…). Het is de Procureur des Konings die de minnelijke schikking voorstelt. Dit is nu ook mogelijk wanneer een gerechtelijk onderzoek (onder leiding van de Onderzoeksrechter) of wanneer de zaak reeds bij de rechtbank lopende is. Specifiek voor fiscale en sociale misdrijven is een minnelijke schikking enkel mogelijk na betaling van de ontdoken belastingen of sociale bijdragen, met inbegrip van de intresten en mits akkoord van de fiscale en sociale administraties.
27-05-2011

Plaatsen van reclamepanelen blijft vergunningsplichtig

In twee recente arresten van respectievelijk 1 en 15 februari 2011 heeft het Hof van Cassatie zeer duidelijk gesteld dat het plaatsen van publicitaire plooiborden en reclamepanelen ook onder de Vlaamse codex ruimtelijke ordening onderworpen blijft aan de stedenbouwkundige vergunningsplicht.

27-05-2011

Meer rechten voor aandeelhouders vanaf 1 januari 2012

Ingevolge de Wet van 20 december 2010 krijgen aandeelhouders in beursgenoteerde maar ook in niet-genoteerde vennootschappen vanaf 1 januari 2012 meer rechten. Zo worden o.a. nieuwe regels van toepassing voor de oproeping en deelname aan de algemene vergadering.

27-05-2011

Ingrijpende wijziging opzeggingstermijnen voor arbeidsovereenkomsten

Voor arbeidsovereenkomsten die uitvoering krijgen vanaf 1 januari 2012, gelden ingrijpend gewijzigde opzeggingstermijnen. Een schematische voorstelling daarvan vindt u alvast hier

04-05-2011

Gelijkheid bij faillissement voor wettelijk samenwonende en echtgenoot

Met zijn arrest nr. 2010/129 van 18 november 2010 heeft het Grondwettelijk Hof de uitsluiting van de persoon die wettelijk samenwoont met de verschoonbaar verklaarde gefailleerde uit de bevrijding, zoals deze conform artikel 82 Faillissementswet toekomt aan de echtgenoot van de gefailleerde, verworpen als een schending van het grondwettelijk niet-discriminatiebeginsel. Het onderdeel van voormeld artikel 82 Faillissementswet dat de bevrijding bevat moet dus zo worden geïnterpreteerd dat het ook van toepassing is op de persoon waarmee de gefailleerde wettelijk samenwoont. Voortaan werkt de verschoonbaarheid van de gefailleerde derhalve op dezelfde manier door voor de persoon met wie de gefailleerde wettelijk samenwoont als voor de echtgenoot van de gefailleerde.

04-05-2011

Vrije beroepers toch onderworpen aan de Marktpraktijkenwet ?

Met zijn arrest nr. 55/2011 van 6 april 2011 heeft het Grondwettelijk Hof beslist dat de uitsluiting van de beoefenaars van een vrij beroep alsook van de tandartsen en de kinesisten uit het toepassingsgebied van de Marktpraktijkenwet een schending uitmaakt van het grondwettelijk gelijkheids- en niet-discriminatiebeginsel. Het valt derhalve af te wachten wanneer de Regering dit probleem wettelijk zal oplossen.

19-04-2011

Trius Advocaten in Ondernemers

Nieuw artikel van Trius Advocaten in Ondernemers van Voka : "Welke taal spreek ik met mijn werknemer ?" Lees dit artikel hier.

24-03-2011

Rechtsplegingsvergoeding met 10% verhoogd

De rechtsplegingsvergoeding werd met ingang van 1 maart 2011 met 10% verhoogd. De nieuwe bedragen vindt u hier.

18-02-2011

Trius Advocaten in Ondernemers

Nieuw artikel van Trius Advocaten in Ondernemers van Voka West-Vlaanderen : 'Efficiënte rechtsbescherming voor benadeelden bij overheidsopdrachten'. Lees dit artikel.

site by tales.be